Vroege Geschiedenis

Bewijs van vroege nederzetting in de streek dateert uit de tijd van het Magdalénien (10 000 voor Christus). Aan de rand van Mazamet, bij het dorp Aiguefonde, werden sporen van activiteit ontdekt in de grot van Lacalm.

Later bewijs uit de neolithische periode is te vinden in een aantal megalithische monumenten, verspreid in het landschap rond Mazamet.

Verschillende Iberische stammen en culturen hadden invloed op de streek en gedurende een peride behoorde Mazamet tot het gebied van de Vougues. In de Romeinse periode werd de vallei van de Thoré een belangrijke handelsroute en hielp gedeeltelijk de twee Romeinse steden Narbonne (Narbo Martius) en Toulouse (Tolosa) verbinden. De Romeinen legden de ‘Jamarié’ weg aan die Mazamet met Hautpoul verbindt en die momenteel nog steeds te zien is, deel uitmaakt van één van de aangeduide stadswandelingen en gekoppeld is aan de nieuw geopende Passerelle (2018).

Het is Hautpoul dat Mazamet voorafgaat als nederzetting. Geschiedenis en architectuur illustreren de invloed die de Romeinen, Visigoten, katharen en Hugenoten hadden op het kleine bergdorpje door de eeuwen heen. Inderdaad, de naam Hautpoul komt van het Latijn ‘Altum Podium’ (hoog balkon) dat later Altpol en uiteindelijk Hautpoul werd.

Een aantal legenden vertellen dat de naam zou komen van Athaulf, de koning van de Visigoten, die volgens de verhalen de nederzetting zou gesticht hebben in 413. Legende of historisch feit, het strategisch belang van Hautpoul staat vast en tussen de 6deen de 8steeeuw zou het een belangrijke versterkte buitenpost geweest zijn met uitzicht over de vier valleien die zich eronder uitstrekken (Thoré, Arnette, Linoubre en Arn). Hautpoul was protectoraat van de weg van de Albigenzen, een oude route door de Montagne Noire, tussen Albi en Carcassonne. Het dorp speelde ook een sleutelrol in de 6deeeuw onder het bewind van koning Childebert I, aangezien de grens van Septimanië (Zevenland) van de Visigoten langs de bergkam van de Montagne Noire liep.

De Middeleeuwen

Gedurende eeuwen was Hautpoul de thuisbasis van een kleine gemeenschap van ambachtelijke industrie, waaronder textiel. Het speelde ook een sleutelrol in de periode van de katharen als toevluchtsoord voor vervolgde aanhangers. Op 11 april 1212, na een beleg van 4 dagen door Simon van Montfort, werden de versterkingen van Hautpoul vernietigd, het dorp werd afgebrand en de inwoners vluchtten. Sommige overlevenden verhuisden naar de vallei aan de oevers van de Arnette, waar ze hun textielindustrie herstelden; van hieruit ontstond de stad Mazamet en haar toekomstige voornaamste industrie.

Hautpoul zelf werd opnieuw ingenomen door Raymond IV van Toulouse in 1218 en rust keerde terug in het dorp zodra het weer opgebouwd was. De godsdienstoorlogen betekenden een nieuw bloedbad voor Hautpoul en opnieuw werd het dorp vernietigd door de Hugenoten, in de 16deeeuw. Het werd nogmaals opnieuw opgebouwd toen het Edict van Nantes een einde maakte aan de godsdienstoorlogen, maar het herwon nooit de omwallingen noch het defensief belang.

Rond 1462, in de vallei, had Mazamet haar eigen omwalling gebouwd en in de vroege 16deeeuw was de bevolking tot boven de 500 gestegen. De ontwikkeling als centrum van textiel, looien en wol ging ook vooruit.

Na de 18de Eeuw

De eerste producten waren wollen dekens, ‘cordelots’ genaamd. In 1837 werd het eerste Jacquard weefgetouw in Mazamet geïnstalleerd en de industrie werd steeds sterker. Het belang van de stad groeide wereldwijd door de kwaliteit van zowel het productieproces (geholpen door het heldere en zoete water van de rivier de Arnette, die de energiebron was voor de fabrieken en het wassen van de huiden) als de eindproducten zelf. Schapenvellen, oorspronkelijk afkomstig uit de Languedoc en dan Spanje, begonnen in het midden van de 19deeeuw steeds zeldzamer te worden en dit dwong de eigenaren van de molens om ze verder te halen. Vanaf 1851 arriveerden de eerste dierenhuiden uit Argentinië, dat een grote handel begon met het zuidelijk halfrond (vooral Argentinië, Australië en Nieuw-Zeeland) via de havens van Bordeaux en Marseille tot Mazamet met de trein. Op het hoogtepunt arriveerden meer dan 100.000 ton huiden per jaar in de stad (met een record in 1912 van meer dan 32 miljoen schapenhuiden!).

Wat de leerlooierijen van Mazamet hadden ontwikkeld, was het behendige proces van het verwijderen van de wol van de huid (‘délainage’ genoemd) en dit resulteerde in leer van hoge kwaliteit dat vervolgens werd doorgegeven aan leerlooierijen in de stad en het dorp Graulhet. Met huiden uit verschillende landen, en dus verschillende schapenrassen, stelde het de stad in staat een breed aanbod aan wol aan te bieden, geschikt voor verschillende markten in Europa.

In de jaren ‘30 lagen er aan de oevers van de Arnette ongeveer 40 leerlooierijen en het proces van wol / leer bracht nieuwe industrieën mee van wollen producten (sokken, sjaals, hoeden en truien) en ook lederwaren (jassen, handtassen, schoenen en portefeuilles). Bijproducten, waaronder lijm en organische meststoffen, werden ook toegevoegd aan het industriële landschap.

De rijkdom die het gevolg was, was aanzienlijk (uitzonderlijk voor Frankrijk, gelijk verdeeld tussen protestante en katholieke inwoners). Op het hoogtepunt, in de jaren ‘50,waren er zo’n 26 banken actief in de stad en de ‘Banque de France’ opende en registreerde het 4degrootste jaarlijkse handelsvolume in Frankrijk.

Hedendaags Mazamet

In de jaren ‘70 was er een gestage achteruitgang in de industrie in Mazamet – deels veroorzaakt door de groei van de productie in Azië en de ontwikkeling van synthetische vezels die worden gebruikt bij de productie van kleding. Hoewel er nog maar weinig leerlooierijen over zijn, staat Mazamet nog steeds bekend om zijn hoge kwaliteit van leer en wol. Kopers zoals Louis Vuitton en Hermès van Parijs bezoeken de stad vaak en de gemeente La Richarde heeft een aantal winkels die lederwaren verkopen en leren kleding op maat maken.

De rijkdom gecreëerd door deze industrie is nog steeds zichtbaar vandaag de dag in de prachtige eigendommen en herenhuizen van eigenaars en beheerders van de fabrieken, velen werden bij het ontwerp ervan beïnvloed door Zuid-Amerikaanse modellen waar de handel plaatsvond.

De wereldwijde banden van Mazamet zijn nog steeds te zien in straatnamen zoals ‘Rue de Buenos Aires’, ‘Rue de Sydney’ en vele anderen – een gedenkplaat aan het stadhuis van de regering van Australië erkent ook het belang van de handel.

Sinds de industriële achteruitgang van de jaren ‘70 heeft Mazamet geprobeerd zichzelf opnieuw uit te vinden en naar de toekomst te kijken, zowel in de verandering van de industrie als in de ontwikkeling van het toerisme vanwege de prachtige natuurlijke omgeving; er is de bereikbaarheid en de enorme verscheidenheid aan dingen om te zien en te doen in de buurt en op een uurtje rijden.

Bezoekers kunnen twee ‘self guided’wandelingen maken door het stadscentrum zelf, die de geschiedenis van het industriële verleden toelichten en illustreren; maar ook de voetsporen van de Romeinen volgen naar het dorp Hautpoul langs het bospad en over de indrukwekkende voetgangersbrug. De voormalige spoorlijn, die schapenhuiden van Béziers naar Mazamet bracht, is nu getransformeerd tot een prachtig fietspad; industriële gebouwen worden verbouwd voor projecten zoals de nieuwe Halle (een multifunctionele overdekte markt en evenementenruimte) en een aantal prachtige burgerlijke huizen verwelkomen bezoekers nu als luxe B&B’s.

Dankzij het rijke industriële erfgoed, hebben de inwoners van Mazamet zeer goede openbare en gemeenschapsfaciliteiten, iets waar grotere steden soms jaloers op zijn. Met een nieuw watercentrum en een voetgangersbrug, een Palais des Congrès en het cultureel centrum Espace Apollo, een bibliotheek en een bioscoopcomplex.

De bergen rondom Mazamet, met het Lac de Montagnès, bieden een natuurlijke speeltuin voor wandelaars, mountainbikers, hengelaars en ruiters. Hautpoul is je vertrekpunt om het land van de katharente ontdekken met oude kastelen, dorpen en monumenten verspreid over de Montagne Noire en verder. De Toeristische Dienst verwelkomt bezoekers om zowel verleden als heden te ontdekken – inclusief een museum gewijd aan de geschiedenis van de katharen en het team verwelkomt bezoekers van over de hele wereld met informatie over alles, van wandelingen tot markten.

“La Passerelle”, een voetgangersbrug die Hautpoul verbindt met de middeleeuwse ruïnes van de Saint Sauveur kerk

De stad Mazamet, haar inwoners en ondernemingen, kijken ernaar uit je te mogen verwelkomen om alles zelf te verkennen en meer te ontdekken over ons unieke erfgoed en onze geschiedenis.

Bienvenue à Mazamet !